Blog

10 redenen waarom je hond uitvalt

Veel mensen komen bij mij terecht, omdat hun hond uitvalt. Dit is niet zo vreemd, want uitvallen is sterk zelfbelonend, met als gevolg een steeds meer intensievere vorm van dit gebeuren.
Je komt al snel in een vicieuze cirkel: wandelen met een uitvallende hond is vermoeiend, waardoor je wandelingen gaat vermijden. Je hond geraakt hierdoor gefrustreerd en gaat bij een volgende uitje nog meer uitvallen, waarop je nog minder gaat wandelen. Al snel is de cirkel rond.

Een reactieve hond doorgronden is complex en vergt tijd. Weet dat uitvallende honden geen zelfverzekerde honden zijn. Onzekerheid ligt aan de basis van uitvalgedrag. Je hond heeft ondertussen geleerd dat patserig doen hem het gewenste resultaat oplevert: de andere viervoeter verdwijnt uit het zicht!

Waarom valt jouw hond nu uit? Hierna volgt een top-10:
– medische redenen, zoals chronische pijn;
– hij heeft onvoldoende vertrouwen in zijn begeleider;
– hij heeft slechte herinneringen aan ontmoetingen met andere honden;
– hij loopt altijd aan de leiband en nooit eens los;
– hij krijgt te weinig beweging;
– de eigenaar is onzeker;
– een gebrekkige socialisatie;
– opgewonden aan de wandeling beginnen;
– hij gebruikt enkel zijn ogen tijdens de wandeling en vergeet zijn neus;
– instinct (genen).

Als je de trigger kent, kan je beginnen aan een oplossing.

Valt je hond uit, dan kan je ervan uitgaan dat:
– hij nooit de baas is;
– hij steeds onzeker is;
– hij nood heeft aan een ervaren gids;
– hij met een zelfzekere gids gelukkiger zal worden.

Uitvallen is het probleemgedrag bij uitstek, waarbij jij uitdrukkelijk het voortouw moet nemen!

Ik kan jou helpen om de prikkel te detecteren die jouw hond doet uitvallen. Samen gaan we dan op zoek naar de bijpassende oplossing. Neem contact met mij op, zodat je opnieuw van je wandeling met je trouwe metgezel kan genieten.

De Hondenprofessor

hondenprofessor@gmail.com

Interessante babbel met Chris Dusauchoit

Chris Dusauchoit staat in Vlaanderen bekend als presentator bij radio en televisie. Als groot dierenliefhebber presenteerde hij van 2000 tot en met 2015 ‘Dieren in nesten’, een programma over de dierenwereld, met reportages uit dierentuinen, dierenartsenpraktijken, opvangcentra etc.. Notoir hondenliefhebber zijnde, schreef hij verschillende boeken, waarbij hij o.a. de vloer aanveegde met de foute clichés die de ronde doen over honden. Op een zonnige namiddag had ik de mogelijkheid met hem van gedachten te wisselen over enkele hot issues.

Het gesprek verliep als podcast!

Het grote publiek kent jou uiteraard van het programma ‘Dieren in nesten’, als auteur en als voice-over. Waar hou jij je momenteel vooral mee bezig?
Ik verzorg een wekelijkse dierenrubriek op de radio bij ‘De madammen’, hetgeen een goede zaak is, want Radio 2 is een druk beluisterde zender in Vlaanderen. Ik heb op een gegeven ogenblik voorgesteld om een huisdierenluik in te lassen, want huisdieren zijn enorm belangrijk: 1,7 miljoen katten en iets minder honden.


Dit zullen uiteraard geen correcte getallen zijn, want een groot probleem is nog altijd de identificatie en registratie van honden en katten.
Inderdaad, maar wat ik altijd belangrijk heb gevonden en waar ik van overtuigd ben, is dat het welzijn van onze huisdieren niet persé vooruit geholpen word door dierenliefde. Dierenliefde is geen garantie voor dierenwelzijn. Dierenkennis is dat wel. Je leest regelmatig dat de dierenpolitie ergens is binnen gevallen om een hele hoop dieren in beslag te nemen. Je kan er vervolgens gif op innemen dat deze mensen zullen zeggen “maar ik hou van mijn beesten”. Dit kan misschien wel kloppen, maar toont ook aan dat dierenliefde geen zekerheid is voor dierenwelzijn.

Dit fenomeen is beter gekend als ‘animal hoarding’.
Ja, klopt. Je moet er daarom geen 30 hebben, maar je kan het zelfs met 1 hond of kat nog fout aanpakken. Kijk, ik ben opgegroeid in de tijd – we spreken jaren begin jaren 60 – dat je een hond opvoedde met gezond boerenverstand. Dat resulteerde in heel veel problemen met honden. Je moest helemaal niet flauw doen met honden. De bekende dat de tactiek om honden zindelijk te maken erin bestond hen met hun neus in hun uitwerpselen te duwen. Ondertussen weten we dat dit niet de goede aanpak is en dat je met uitsluitend gezond verstand nergens geraakt. Daarom vind ik het verspreiden van kennis essentieel.

‘Ik heb heel mijn jonge leven voor een hond gezaagd.’

Eén van jouw boeken gaat daar ook over, het meer informatie geven over de achtergrond van de hond. Je hebt ook eentje geschreven op kinderniveau. Hoe is die passie voor dieren in het algemeen, en honden in het bijzonder, ontstaan?
Ik heb heel mijn jonge leven voor een hond gezaagd. Ik heb die niet gekregen. Achteraf besefte ik wel waarom. Mijn moeder was huismoeder met 6 kinderen in een tijd dat er nauwelijks apparaten in huis waren om het werk te verlichten. Het eerste apparaat dat we hadden was een droogzwierder, pas veel later kwam de wasmachine. Mijn moeder wist natuurlijk dat enkel zij voor de verzorging zou opdraaien. Ik probeerde alsnog op alle mogelijke manieren dicht bij honden te zijn. Ik ging wandelen met de hond van de onderpastoor. Ik troostte mij met het houden van hamsters, maar dat is toch niet hetzelfde. Van zodra ik alleen ging wonen, heb ik een hond in huis genomen, een Golden Retriever. Ik prijs mij gelukkig dat ik toen in die tijd, want dat is intussen toch bijna 30 jaar geleden, meteen bij een echt goede fokker terecht ben gekomen.

Bij goede fokkers kom je ook vaak op een wachtlijst terecht. Een schril contrast met broodfok: mensen willen een hond en liefst vandaag nog.
Het is niet alleen het gebrek aan kennis bij toekomstige eigenaars. De correcte tijdsbesteding van de eerste weken en maanden bij de fokker is zo belangrijk. Bij een goede fokker ligt de teef in of in de buurt van de keuken, waardoor de pasgeboren pup gewoon geraakt aan huiselijke geluiden, de kweker pakt hem geregeld op en laat hem wennen aan tig prikkels. Dit is iets dat je onmogelijk kan realiseren als je 20 hondenrassen hebt en op elk moment van de maand met 100 pups zit.


Hoe kunnen we daar iets aan doen? Moeten we naar een soort rijbewijs gaan, een “hondenhoudbewijs”?
Mogelijks, maar hoe ga je dat organiseren? Moeten zowel beide ouders als de kinderen dergelijk bewijs halen, wat eigenlijk het meest logische zou zijn, want binnen het gezin moet ieder gezinslid even consequent omgaan met de hond.
Ik ben zeker geen tegenstander van een hondenbewijs, maar is daar dan ook een examen aan gekoppeld?


Bijkomend probleem, wie gaat die examens afnemen?
Inderdaad, en wat zal er allemaal getest worden? Laat ik duidelijk zijn: een rem op het impulsief in huis halen van een huisdier juich ik alleen maar toe.


Er is al een evolutie merkbaar. Waar honden vroeger op markten werden aangeboden, is dit nu verboden. Daar staat tegenover dat je via sociale media snel een hond in huis kan halen.
Klopt. Ik vind dat de minister van dierenwelzijn (Vlaams minister Weyts, nvdr.) tot nu een goed parcours heeft afgelegd, maar het is vreemd dat hij zich laat adviseren door mensen die in de broodfokkerij zitten. Dat is een soort van tweespalt. Hoe kan je dat blijven volhouden om je door dergelijke individuen te laten adviseren? Dat is trouwens ook iets dat je in de pers ziet. Ik herinner mij heel goed aan het begin van de coronacrisis. In het voorjaar 2020 stond er een paginavullend artikel in de krant, waarbij iemand zei dat hij de godganse dag bezig was met overal pups te gaan afzetten. Hij kon de vraag niet bijhouden. De journalist nam dat over als zijnde “kijk eens hoe tof”, zonder enige kritische noot. Een mentaliteitswijziging is noodzakelijk. De vraag is natuurlijk hoe je dat voor mekaar krijgt?


Nog meer sensibiliseren?
Ik denk dat het een strijd is die je met veel mensen op veel vlakken moet leveren. Ik vind het heel jammer dat er geen enkel dierenprogramma meer is op de openbare omroep waar je zulk nieuws kunt verspreiden. Er staat ons de komende jaren nog heel wat werk te wachten als het op het verspreiden van dierenkennis aankomt.

De campagne van Adopteer een Dier
www.adopteereendier.be


Het asieldier was ook een vaste rubriek in ‘Dieren in nesten’. ‘Adopt don’t shop’?
Dat vind ik bijvoorbeeld een uitstekende zaak: www.adopteereendier.be
Het samenbrengen van al die asielen en hun dieren op één website, waarvan je weet dat je niet bij een louche organisatie terechtkomt. Laat ons eerlijk zijn: nu is dat verbeterd, maar vroeger had je asielen waarvan je dacht “oeps, is dit niet een klein beetje marginaal?”. Ik denk dat die spelers er langzaamaan tussen uit zijn en dat we kunnen spreken van een professionalisering.

Werknemers en zelfs vrijwilligers van asielen dienen nu een opleiding te volgen.
Ja, en van elk dier vind je bijvoorbeeld een beschrijving die ook zal kloppen, want ze observeren die dieren. Je mag er op vertrouwen dat ze ongeveer dezelfde politiek hanteren als bonafide fokkers. Ik juich die professionalisering zeker toe en het feit dat mensen naar een asiel worden verwezen vind ik heel goed. Echter, die ‘adopt don’t shop’ moet je enigszins kaderen. Ik vind niet dat je mensen moet verplichten om een dier te adopteren. Wie een rashond bij een erkende fokker wil kopen, moet nog steeds dat recht hebben. Het shopgedeelte slaat eigenlijk op de broodfokkers, waar je een winkel kan binnenlopen zonder hond en buiten komt met een hond. Bij een bonafide fokker valt er niets te shoppen. Die nuance vind ik wel belangrijk. De aanschaf van een hond blijft helaas nog steeds vooral ingegeven door esthetische verlangens. We zouden in de eerste plaats een hond moeten zoeken die binnen de gezinssituatie past. Vroeger werden honden gefokt op wat ze moesten kunnen, tegenwoordig slaat de slinger helemaal door met al die “designrassen”. Neem nu die hondjes met een platte snuit. Ze prijzen deze aan als mooi en gezellig, terwijl het welzijn van die hondjes ernstig beperkt is door de manier waarop ze eruit zien.

Toch blijven bepaalde fokkers op deze manier doorfokken. Daar zou moeten opgetreden worden.
Natuurlijk. Als dierenartsen overal ter wereld aan de alarmbel trekken, omdat ze honden zien die nauwelijks nog kunnen ademen, dan wordt het toch tijd om actie te ondernemen. Je ziet bijvoorbeeld regelmatig reclame waar bijvoorbeeld een mopshondje in beeld komt om de gezelligheid te onderstrepen. Ik heb dan steeds de neiging om eens te bellen naar de marketing afdeling met de vraag of ze wel beseffen wat ze propageren?

Ondertussen zijn er al veel regels bijgekomen, zowel voor het houden van honden en katten, alsook de ‘nieuwe huisdieren’ zoals reptielen en amfibieën. Probleem blijft natuurlijk de handhaving.
Dat is iets waar wij bij ‘Dieren in nesten’ ook altijd op hebben gelet. Exoten kwamen bij ons nooit in beeld, tenzij met de boodschap “haal dat toch niet zomaar in huis”. Heel vaak kwamen die in beeld omdat die inderdaad in beslag waren genomen. We gingen nooit zomaar onderzoeken of bijvoorbeeld een nijlkrokodil al dan niet zwanger was. Zoals je zegt, er is vooruitgang geboekt. We hebben nu de positieflijst, ik denk dat we daar in Vlaanderen toch een van de eersten in waren. Je ziet een gestage voortuitgang. Wat ik ook geweldig vindt, is de sterilisatieplicht van katten om het huizenhoge kattenprobleem aan te pakken. We zetten zeker stappen richting een betere huisdierenwereld, maar we zijn er nog lang niet.

Haal dit specimen toch niet in huis zonder nadenken.


Lang niet iedere gemeente heeft een schepen van dierenwelzijn, lang niet iedere politiezone heeft een dierenwelzijnscel, daar is nog wel potentieel.
Zeker weten. Tja, de schepen van dierenwelzijn zal daarnaast ook nog schepen van middenstand zijn, terwijl wanneer die nieuwe bevoegdheid wordt gecreëerd, je er toch van moet uitgaan: “wij menen dit”! Als we onze gemeenten diervriendelijk willen verklaren, moet dit uit een aantal handelingen blijken. Walk the talk!

Een discussie die ook al eventjes woedt, is het verantwoord los laten lopen van honden.
Elke gemeente zou een deftig hondenpark moeten hebben, waar mensen naartoe kunnen en hun hond vrij geven. Ik snap heel goed dat mensen met honden met traumatische ervaringen liever geen loslopende honden in hun buurt hebben. Het gaat heel vaak over wederzijds respect en waarbij de reflex zou moeten zijn “daar zijn mensen, mijn hond gaat aan de leiband”.


Iedere gemeente zou inderdaad een losloopweide die naam waardig moeten hebben.
Inderdaad, een deftige losloopweide en niet zomaar een klein braakliggend stuk vol modder. Waar mensen zich aan de regels van de hondenkunst houden. Het gele lint bijvoorbeeld, is een eveneens aandachtspunt dat veel meer ingang zou mogen vinden bij mensen. Een geel lint betekent dat je zulke honden niet moet benaderen; dat het een hond is die herstelt van een ingreep, die loops is, die niet met andere honden kan. Je leest het jammer genoeg regelmatig, dat mensen met een hond naar de losloopweide gaan en dat die hond een ander hondje doodbijt.

Dolletjes!

Mensen die een hond aanschaffen verplicht naar de hondenschool sturen, is dat een idee?
Dat is zeker een aandachtspunt, de hele hondentherapiesector dient geprofessionaliseerd. Mensen zouden moeten op het zicht kunnen zien: “deze persoon is aangesloten bij die beroepsvereniging en zodoende bonafide”. Thans moet je je richten op weinig zeggende websites van waaruit je niet kan afleiden met welke inzichten er wordt gewerkt. De dag van vandaag kan eender wie een bord van gedragstherapeut aan zijn gevel hangen.

Is dat een rol weggelegd voor de overheid?
Er is maar een professionele vereniging die zich bezighoudt met dieren en dat is het dierenartsensyndicaat. Is dat een taak voor de overheid? Ik weet het niet. Misschien om het op gang te trekken en dat de sector zichzelf daarna regelt?

Dierenartsen zijn natuurlijk meer medisch georiënteerd.
Dat is waar. Dat is nu ook aan het veranderen, maar vroeger was het sociale aspect, omgaan met de het baasje, nul tijdens de opleiding. Gedragsproblemen werden enkel aangepakt, indien ze medisch konden aangepakt worden.

Er zijn toch nog steeds dierenartsen die hierin meegaan en medicatie allerhande voorschrijven voor een hyperactieve hond.
Als het regent in de Verenigde Staten dan druppelt het bij ons. Als je ziet wat daar allemaal bestaat van psychofarmaca voor honden, jeetje. Waarom zouden we honden en mensen zomaar gelijkschakelen en denken dat we voor elk probleem een pilletje kunnen geven. Ik vind het niet gemakkelijk om een plan te bedenken om die professionalisering gestalte te kunnen geven. Er is wel nood aan.

Een hondentherapeut moet zich ook constant bijscholen, het is geen statische materie.
Dat is ook het fascinerende eraan. Een van de redenen waarom ik op Twitter zit, is omdat ik daar in rechtstreeks contact kan komen met professionals die veel studies publiceren. Als je kijkt naar de hondenwetenschap, die is de jongste 15 à 20 jaar enorm snel vooruit gegaan. Bijna iedere week verschijnt er een studie waarvan je achterover valt. Dat is een goede zaak, want wat zou je anders verwachten van een wetenschap die nog zo jong is.

Veel mensen beschouwen hun hond als deel van het gezin.
Ik herinner mij heel goed die Mechelse herder uit het Limburgse een jaar of twee geleden. Die was over de tuinmuur gesprongen en had een aantal kinderen gebeten. Al snel bleek uit de berichtgeving dat het nogal meeviel met de bijtwonden, dat het “mouthing” was, iets wat veel jonge honden doen. Als zo een Mechelse herder doorbijt, zijn de gevolgen meestal desastreus. Toch hoorde ik ’s avonds de hoofdredacteur van het meest gelezen – wegens het enige – hondenblad Woef in een duidingsprogramma zeggen dat de desbetreffende hond zijn plaats in het gezin niet kende en dat iedereen in het gezin boven de hond moest staan. De benadering alsof de enige oplossing voor probleemgedrag eruit bestaat dat je een soort hiërarchie opstelt. Een hardnekkig inzicht dat blijft bestaan.

Het is natuurlijk wel zo dat een hond nood heeft aan duidelijkheid, aan veiligheid, aan structuur.
Natuurlijk heeft een hond daar nood aan. Tot op zekere hoogte is een hond kind. Je hebt mensen die over zichzelf praten als “mama en papa” wanneer ze het over hun hond hebben. Ikzelf blijf daar ver van weg, maar er zit wel een kern van waarheid in omdat honden – en dat weten we door wetenschappelijk onderzoek – zelfs op volwassen leeftijd naar ons kijken als een pup, dat ze ons nodig hebben om hun weg te vinden in de wereld. Dat is vastgesteld in meerdere onderzoeken. Dat noemt hechting, dat ze hun baas gebruiken als uitvalsbasis. Ze hebben ons zelfs nodig voor die structuur. Het zijn gewoontedieren die graag regelmaat hebben. Wanneer dat wegvalt, zijn ze onzeker. Onzekerheid leidt tot angst. Angst leidt tot agressie. Ze hebben ons echt wel nodig als een soort opleider die hen de richting aangeeft.


Misschien is een deel van het probleem dat wij hun lichaamstaal onvoldoende kunnen lezen?
Er zijn zoveel zaken dat, eens je weet waarop je moet letten, je het nooit meer niet kan zien. Voorheen wist je eigenlijk niet waarop je zat te kijken. Dan denk je inderdaad “die kwispelt, die zal wel vriendelijk zijn”. Een hond die boos is, kwispelt ook. Je moet naar het totaalplaatje kijken. Honden worden bijvoorbeeld graag gestreeld, maar ze worden niet graag omklemd, dan voelen ze zich ingesloten. Dat uit zich dan in oren die platliggen, het wit van de ogen tonen, de hond die wegkijkt. Maar je moet het weten om het te zien.

Waar ik tot slot een hekel aan heb, zijn die filmpjes over schuldgevoel bij honden. Honden kennen dit immers niet. Het is de baas die de hond bang maakt door de hele tijd te roepen “wie heeft dat hier gedaan?”. Ze houden ons zo in de gaten dat ze niet enkel onze gezichtsuitdrukking perfect kunnen ontwaarden, ze luisteren ook naar wat en hoe we het zeggen. Die zogenaamde grappige filmpjes zijn hoegenaamd niet grappig. Maar helaas zie je ze om de haverklap passeren.

Na het interview nam Chris de nodige tijd om met mij en de roedelleden op de foto te gaan!

Chris met de jongste spruit.

Alain Peeters
aka De Hondenprofessor